Euro daalt door Amerikaanse inflatie en renteplannen Fed

Enrique Díaz-Álvarez26/May/2015Valuta-updates

Wat gebeurde er de afgelopen weken op de valutamarkten en welke factoren beïnvloeden de komende dagen de euro, de dollar en het pond? In 2 minuten brengen Kees Veerman en Dirk Croonen van ons team in Amsterdam u op de hoogte. Bekijk hier de video of lees onderstaand de valuta-update van onze hoofdanalist Enrique Diaz.

De euro had haar slechtste week in jaren. De Europese munt daalde met ruim 3% tegen de Amerikaanse Dollar en verloor 1,5% op het Britse pond. Het contrast in monetair beleid tussen de VS en de eurozone is opnieuw de belangrijkste oorzaak. Door de Amerikaanse macro-economische cijfers en verklaringen van de Federal Reserve wordt het steeds duidelijker dat de eerste Amerikaanse renteverhoging in de zomer of herfst van dit jaar zal plaatsvinden. De ECB suggereerde echter dat de monetaire verruiming in de eurozone de komende maanden juist wordt uitgebreid. Ook het conflict met Griekenland bracht geen positief nieuws voor de euro. Griekenland gaf aan dat het in juni geen betalingen aan het IMF zal doen, tenzij er een akkoord wordt bereikt met haar crediteurs.

EUR

Behalve de verkrappingsgezinde uitspraken van de Federal Reserve en de aankondiging van de uitbreiding van de monetaire verruiming door de ECB, kreeg de euro ook te maken met slechte cijfers uit de eurozone. De PMI-graadmeter voor economische activiteit viel in mei terug. De samengestelde index daalde een halve punt naar 53,4. Dit is geen dramatische daling, maar het bevestigt wel dat de stijgende lijn is doorbroken en wijst erop dat een versnelling van de (geringe en wellicht te kleine) economische groei misschien niet mogelijk is. De definitieve inflatiecijfers voor april kwamen uit op precies 0,0%. Zorgwekkender was de groeiende kloof tussen de kernlanden en de periferie van de eurozone waar de deflatie nu permanent lijkt.

Behalve de patstelling met Griekenland, kreeg de euro te maken met ander slecht politiek nieuws uit Spanje. Tijdens de lokale verkiezingen van afgelopen zondag bereikte de ‘Podemos’ coalitie die zich verzet tegen de bezuinigingen in Madrid en Barcelona een meerderheid en zal dus in veel regionale besturen het beleid bepalen. Het is duidelijk dat het geduld in periferie, die lijdt onder de bezuinigingsmaatregelen en de door de trojka opgelegde hervormingen, bijna op is. Ook de pogingen van de Eurogroep om Griekenland als een geïsoleerd geval af te schilderen zijn hier niet geslaagd. Weinig lijkt een verdere daling van de euro nog tegen te kunnen houden, vooral aangezien uit het IMM-rapport blijkt dat van het grote aantal long-posities op de dollar niet veel meer over is.

USD

Het macro-economische nieuws uit de VS gaf leden van Federal Reserve die vóór een spoedige renteverhoging zijn voldoende argumenten. Terwijl de nominale inflatie voor april maar 0,1% bedroeg, kwam de significantere kerninflatie, die prijzen van voedsel en brandstof buiten beschouwing laat, met 0,3% op maandbasis hoger uit dan verwacht. Dit betekent dat de jaarlijkse kerninflatie over de laatste drie maanden in vijf maanden is versneld van krap 1% naar 2,6%.

Ook waren er signalen van de arbeidsmarkt dat de rente moet worden bijgesteld. Het aantal nieuwe werkloosheidsaanvragen, mogelijk de beste frequente indicator voor de gezondheid van de Amerikaanse arbeidsmarkt, blijft week op week dalen. Het vierwekelijkse gemiddelde is met 266.000 op het laagste punt sinds het begin van de jaren 70. Ook de huizenmarkt bevestigde dat de Amerikaanse economie zich herstelt van de winterstagnatie. Het aantal nieuwe huizen dat wordt gebouwd en het aantal bouwvergunningen schoten omhoog en hebben zich grotendeels hersteld van de daling in het eerste kwartaal. Al met al ondersteunen deze cijfers onze verwachting van een eerste renteverhoging in juli dit jaar die op zijn beurt voor een sterke dollar zorgt.

GBP

De afgelopen week was het nieuws uit het Verenigd Koninkrijk gemengd. De nominale inflatie was in april negatief. De kerninflatie, waarin de sterk schommelende voedsel- en energieprijzen buiten beschouwing worden gelaten, zorgde voor een negatieve verrassing door te dalen met 0,2% naar een nieuwe dieptepunt van 0,8%. De daling van de kerninflatie is een teken dat het sterke Britse pond gevolgen heeft voor prijzen van geïmporteerde goederen. Toch was de negatieve inflatie niet echt een verrassing voor de Bank of England en zou de timing van de renteverhoging hierdoor niet moeten worden beïnvloed. Verder waren de detailhandelscijfers in april met een maandelijkse stijging van 1,2 verrassend goed en hiermee werd bevestigd dat de reële consumentenuitgaven met ruim 3% groeien. Door deze positieve cijfers kon het pond zich herstellen ten opzichte van de euro, maar de enorme stijging van de dollar niet bijhouden en het pond daalde tot onder de 1,55 dollar.

Print

Geschreven door Enrique Díaz-Álvarez

Chief Risk Officer at Ebury. Committed to mitigating FX risk through tailored strategies, detailed market insight, and FXFC forecasting for Bloomberg.