Onrust keert terug na het sluiten van consensusposities

Enrique Díaz-Álvarez21/Oct/2014Valuta-updates

Door Ebury’s Chief Risk Officer en hoofdanalist Enrique Diaz

Vorige week zagen we enkele van de grootste schommelingen in lange tijd. De koersfluctuaties op de valuta- en obligatiemarkten – met name die op woensdag – deden denken aan de meest dramatische dagen van de crisis van 2008-2009. De euro steeg bijna drie hele centen, terwijl Amerikaanse staatsobligaties bijna 40 basispunten verloren en dit alles binnen enkele minuten. Enkele uren later was alles vrijwel weer bij het oude. Natuurlijk kon geen enkele macro-economische ontwikkeling een dergelijke koersbeweging rechtvaardigen en we vermoeden dan ook dat het ging om het sluiten van consensusposities van grote traders en hedgefondsen. Ondanks de grote schommelingen op woensdag, veranderden de koersen van de valutaparen deze week niet veel. De euro steeg rond 1% tegen het pond en de dollar en de Amerikaanse aandelenbeurzen daalden met een vergelijkbaar percentage.

GBP

De afgelopen week waren er twee verrassingen op macro-economisch gebied die beide een tegengesteld effect hadden op de Bank of England. De nominale inflatie bleek veel lager dan in september voorspeld. Deze daalde van 1,5% naar 1,2% op jaarbasis onder invloed van een sterke daling in de kerninflatie van 1,9% naar 1,5% op jaarbasis. Deze dalingen werden veroorzaakt door een sterke daling in goedereninflatie – een duidelijk signaal dat het sterke Britse pond de inflatie sneller beïnvloedt dan verwacht. De werkloosheid daalde in augustus met nog eens 0,2% naar 6%. Mogelijk van groter belang is dat het feit dat de neerwaartse druk op de lonen afneemt. De jaarlijkse lonengroei voor de laatste drie maanden bereikte in juli een dieptepunt met 0,6% en steeg in augustus naar 0,8%. Maar het feit dat de reële lonen nog steeds krimpen, betekent dat Bank of England zich meer zal richten op de inflatiecijfers. Daarom schuiven we onze verwachting voor de eerste renteverhoging op naar juni 2015, in lijn met de verwachtingen van de markt, maar later dan de meeste analisten en strategen voorzien.

EUR

De eurozone kreeg vorige week nog meer slecht economisch nieuws te verwerken. De industriële productie daalde in augustus sterk met 2,1% en deed daarmee de veelbelovende groei van 1,2% in juli teniet. De marktverwachtingen voor de inflatie en in het bijzonder de 5-jaarlijkse inflatie op een termijn van 5 jaar, daalde opnieuw sterk en is een teken dat er weinig vertrouwen is in het vermogen van de ECB om de inflatie in de nabije toekomst weer op peil te krijgen. Ook zal de ECB niet blij zijn dat de euro zich herstelt richting de 1,30 USD. De druk op President Draghi neemt toe en we verwachten dat hij de bezwaren van de Bundesbank zal negeren en in een van de aankomende twee bijeenkomsten verdere maatregelen zal aankondigen.

USD

De afgelopen week bracht gemengd nieuws voor de VS. De detailhandelscijfers op woensdag waren zwak en veroorzaakten een van de grootste marktbewegingen sinds lange tijd. Gezien de volatiliteit van consumptiecijfers, moeten we de komende twee maanden afwachten om te zien of de consumptie in de VS ook werkelijk afneemt. De cijfers voor de industriële productie en de wekelijkse werkloosheidscijfers waren beide beter dan verwacht. Zowel het werkloosheidscijfer en het 4-wekelijkse gemiddelde bereikten een nieuw dieptepunt. We denken dat deze tegengestelde effecten elkaar zullen opheffen en gaan dus voor het derde kwartaal nog steeds uit van een groei van 3 à 4%. De negatieve marktbewegingen tot nu zijn niet ernstig genoeg om het vertrouwen van consumenten en ondernemingen te beïnvloeden en we voorspellen voor de volgende 4 kwartalen een gestage versnelling van de Amerikaanse groei naar 3 à 3,5%.

Print

Geschreven door Enrique Díaz-Álvarez

Chief Risk Officer bij Ebury. Via risicomanagement op maat, marktkennis en valutavoorspellingen voor Bloomberg reduceert Enrique het valutarisico van cliënten.