Angst voor coronavirus overheerst financiële markten
De angst voor de corona-epidemie en het effect daarvan op de wereldeconomie zorgde vorige week wereldwijd voor een daling van de aandelenkoersen, en risicoactiva kregen klappen.
D
e aandelenkoersen daalden voor het eerst in drie weken. Valuta uit opkomende markten werden flink verkocht en de veilige havens rallyden, met als opvallende uitzondering de Japanse yen. Dit laatste is logisch: pogingen om de verspreiding van het virus in te dammen leiden tot verstoringen van de economie, en daar is de Japanse economie relatief gevoelig voor.

De euro leek te midden van de sell-off op de financiële markten juist stabieler te worden, wat voor de theorie spreekt dat de recente koersdalingen veroorzaakt werden door 'carry trades', dat wil zeggen handelaren die van renteverschillen willen profiteren, en niet doordat men slechtere perspectieven voor de eurozone zag.

Deze week is er vrij weinig macro-economisch nieuws, en het is dan ook te verwachten dat de markten zich zullen blijven richten op de dagelijkse aantallen corona-infecties binnen en buiten China, en op de maatregelen die worden genomen om de uitbraak te beheersen. Alleen het PCE-inflatierapport, dat vrijdag verschijnt, zou voor wat volatiliteit kunnen zorgen, want de Federal Reserve kijkt hier graag naar.

Belangrijke valuta in de detail


EUR


Na zijn scherpe en wat raadselachtige bewegingen van de laatste tijd stabiliseerde de koers van de gemeenschappelijke munt zich deze week, en de euro wist zelfs een kleine bounce te boeken ten opzichte van elke belangrijke valuta, behalve de Zwitserse frank. Dit is een bescheiden bewijs voor onze visie dat die recente koersdaling in de eerste plaats veroorzaakt is door 'carry trades', waarbij short werd gegaan in de euro ten opzichte van valuta met hogere rendementen, om van renteverschillen te profiteren. Een risicomijdende stemming op de markten leidt dan meestal tot een gedeeltelijke afwikkeling van deze transacties.

De PMI-indices voor economische activiteit waren vorige week een opwaartse verrassing: ze stegen, ondanks het effect van het coronavirus op de internationale toeleveringsketen. De achterliggende informatie was iets minder positief, want de stijging werd deels veroorzaakt door langere doorlooptijden bij leveranciers door de verstoringen. Maar dat was lang niet de enige oorzaak. Marginaal zijn de PMI's een belangrijke positieve ontwikkeling voor de economie van de eurozone, hoewel het effect van de epidemie in deze cijfers nog niet volledig tot uitdrukking komt.

GBP


Uit het VK kwam een stroom sterke economische cijfers – werkgelegenheid, huizenprijzen, lonen en PMI-indices – maar die boden het pond geen steun. De koers van de munt wordt nog steeds bepaald door het weinige duidelijke nieuws dat er over de handelsbesprekingen met de Europese Unie is. Maar die duidelijkheid over de richting van de onderhandelingen zou er deze week juist moeten komen. De EU besluit dinsdag over haar onderhandelingsmandaat, en ook het VK zal naar verwachting in de loop van de week meer informatie over zijn insteek bekendmaken. Het Britse pond zou dus met wat volatiliteit te maken kunnen krijgen, vooral rond de EU-publicatie.

USD


De positieve secundaire cijfers uit de VS werden overschaduwd door de PMI-indices van vrijdag, die een negatieve verrassing waren. Het spectaculaire verschil tussen de verwachte 53 en het daadwerkelijke cijfer, dat lager dan 50 lag en dus op krimp wijst, moet met een korreltje zout genomen worden. Deze index bestaat in de VS nog niet zo lang en heeft daardoor veel minder voorspellende waarde dan dezelfde index voor bijvoorbeeld de eurozone. Deze week wordt het PCE-inflatierapport, dat vrijdag verschijnt, het belangrijkste nieuws. De verwachting is dat deze indicator een tikje zal stijgen, naar 1,7% – steeds dichter bij het niveau van 2%, waar de Fed zich prettig bij voelt.

Meer weten over de valutamarkt en hoe u uw valutarisico kunt beperken?

Neem dan vrijblijvend contact op met een van onze valutaspecialisten. Wij helpen u graag.
Printen